Het klokje in de auto gaf 10.00 uur aan. Op weg naar de waddenkust. Ik telde negen solitaire blauwe reigers langs de weg voordat ik mijn doel bereikte. Opkomend tij. Het water stond tot aan de kustlijn. Verderop in zee lagen nog enkele iets hogere zandplaten droog. Afgezien van meeuwen waren vogels niet te onderscheiden.
In de Lauwersooghaven weinig vogeldiversiteit. Wel een verrassing. Daarover later meer. Besloot huiswaarts te keren. Korte stop bij het haventje van ons Suyderoogpark. Je weet maar nooit. Een zwaard bebaarde man zat op een bank in de zon te genieten, het Nieuwe Robbengat voor hem (afb. 10). Ik hoorde een groep roepende vogeltjes, kon het geluid niet thuisbrengen. Zag ze aanvankelijk niet. Totdat het groepje van acht opvloog en in een katwilg voor mij ging zitten. Bovenin nog wel. Vijftig meter scheidden ons. Ik geloofde mijn ogen niet. Waar ik de vorige winter zoveel moeite voor had gedaan om één exemplaar vast te leggen (blog 17 en 22 nov.), waren ze nu voor het 'oprapen'. Een van mijn lievelingsvogels en dè vogel voor Hans Dorrestijn. De baardman. Genoemd naar zijn bakkebaarden (bij het mannetje).
 |
Afb. 1: Baardman met bakkebaarden |
Wat een prachtige kleurenkleed. Wintergast. Zo'n 6000 in Nederland. De meeste in het Lauwersmeergebied.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten