Het is bijna drie jaar geleden dat ik begon met vogelen. Goudhaantjes stonden mede aan de basis van deze nieuwe hobby. Hoe dit zit wordt beschreven na het dagverslag, onderaan dit blog.
Vandaag een derde poging om de klapekster te 'vangen'. Terwijl ik vorige winter de neef van de grauwe klauwier bijna iedere wandeling kon vinden, wil het tot nu toe niet lukken. Ook vandaag niet. Heb er echt moeite voor gedaan. Bovendien heb ik drie kwartier rondgehangen in de goudhaan- en kuifmeesbiotoop. Geen mees gehoord, wel twee goudhanen. En gezien, de laatste. De eerste sinds bijna drie jaar. Onrustig bewegend in en tussen enkele dennen, vooral bovenin. De vele dennennaalden en dennenappels belemmerden goed zicht. Alle vijftien foto's min of meer mislukt. De 'mooiste' is opgenomen (afb. 1). Ik wist trouwens zeker dat ik 'm vast had gelegd aangezien ik bekend ben met het roepen van deze kleinste zangvogel van Europa. Zonder deze kennis had ik deze soort zo goed zeker niet kunnen vinden.
| Afb. 1: Goudhaan |
| Afb. 2: Fazant I (v) |
| Afb. 3: Fazant I (m) |
| Afb. 4: Groep Holenduiven |
| Afb. 5: Ooievaar |
| Afb. 6: Grote Zilverreiger |
| Afb. 7: Kolganzen |
| Afb. 8: Buizerd |
| Afb. 9: Panorama I |
| Afb. 10: Panorama II |
| Afb. 11: Panorama III |
| Afb. 12: Panorama IV |
| Afb. 13: Panorama V |
| Afb. 14: Panorama VI |
Hoe het begon met goudhaantjes
De Veluwe is een vogelwalhalla. Wat een gekwetter bij het vakantiehuisje in Hoenderloo waar we enkele dagen verbleven, op uitnodiging van Marjolein en Remon. Het huisje was omzoomd door naald- en loofbomen en welig tierend struikgewas. Een oase voor vogels. Het is medio 2020. Tot voor kort had ik niet zoveel met vogels, laat staan dat ik me tot de groep vogelaars rekende. Toch is er iets veranderd. Sinds enige tijd heb ik gevleugelde vrienden rondom ons huis ontdekt. Weinig variëteit helaas. Merels, eksters, mezen, roodborsten en houtduiven. Hoenderloo bood een veel aantrekkelijker plaatje. Het meest in het oog springend waren de vele goudhaantjes, of goudhanen volgens vogelaars. Vanuit een tuinstoel bezien was het een komen en gaan. Voor deze vakantie was ik niet op de hoogte van het bestaan van het allerkleinste vogeltje in Europa, slechts 8.5 centimeter groot. Het weegt even zwaar als een suikerklontje, 5.5 gram! De naam dankt de goudhaan aan de gele streep boven op zijn kop, links en rechts afgezet met een zwartje lijntje. Bij het mannetje zit er bovendien nog een vleugje oranje doorheen. De zwarte kraaloogjes contrasteren in een lichter aangezette kopje. Koolmezen vlogen ook af en aan, pimpelmezen en mussen waren schaars. Intrigerend was een boomklever met zijn opvallend blauwe bovendek en een oranje onderdek. Met een zorromasker dat een maatje te groot leek, liet hij ons genieten van zijn dansstapjes over een boomstam, de ene keer omhoog dan weer omlaag.
Een grote bonte specht liet zich ook niet onbetuigd in een metershoge dennenboom achter het huisje. Een mooie zwart-witte vogel met een rode ‘broek’. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd. Deze ontbreekt bij het vrouwtje. Een beetje specht is de hele dag door is aan het tikken, hameren en drummen. Dat hebben we geweten, hetgeen ik positief bedoel. Hij heeft altijd wel een reden om zijn presentie te accentueren. Een roffeltje hier om een territorium af te bakenen, een tikkie daar om te laten weten dat het tijd is om te paren, een harde hamerslag voor de aanmaak van een nestholte of gewoon lekker trommelen om voedsel te zoeken. Rupsen, kevers en andere hapklare insecten tussen de schors gaan op de loop als hun ondergrond begint te trillen.
Een enkele roodborst, merel en ekster completeerden het vogelpalet. Geen kauwen. Het kan heel goed dat er zich andere vogels hebben aangediend, echter met mijn beperkte kennis heb ik deze niet opgemerkt.
Vogelaar
Sinds medio 2020 ontkiemde een nieuwe hobby, het observeren en fotograferen van vogels. Een hobby is eigenlijk te zwaar aangezet. Ik spreek liever over liefhebberij.
Volgens de omschrijving in het ANW (Algemeen Nederlands
Woordenboek) ben ik een vogelaar. Ik houd me namelijk bezig met het observeren
van vogels.
Een nadere typering van het woord vogelaar laat het volgende zien:
- een vogelaar heeft meestal geen relevante opleiding genoten. Dat geldt voor mij;
- observeert vogels en hun gedrag, determineert vogelsoorten en telt vogels in een bepaald gebied. Dat geldt voor mij, uitgezonderd het tellen van vogels. Dit doe ik één keer per jaar, op de Nationale Tuinvogeltelling;
- observeert vogels uit liefhebberij. Dat geldt voor mij.
Ik ben in ieder geval geen ornitholoog. Dit is iemand die zich voor zijn beroep bezighoudt met de studie en de beschrijving van vogels, een vogelkenner die academisch geschoold is.
Ook vang ik beroepshalve geen vogels en jaag er dus niet op.
Verder bezit ik geen geschut
waarmee stenen van maximaal 24 cm kunnen worden geschoten (uit de 15e
eeuw). Ook woon ik niet in een vogelaarwijk. Dit is een populaire benaming voor
een veertigtal probleemwijken in Nederland volgens
een lijst die minister Ella Vogelaar van Wonen,
Wijken en Integratie in 2007
vaststelde.
Er wordt bovendien beweerd dat bijna iedere vogelaar gaat kijken ‘als er ergens een zeldzame vogel is gespot’. Ik niet.
Maart 2021.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten